Praatcolumn van Adri

Af en toe krijg ik een envelop met een brief waarop staat: de heer Adri Miedema in plaats van mevrouw Miedema. Veel mensen vinden Adri een jongensnaam terwijl het niet zo is. Het zij zo.


Al schrijf ik aan het slot van mijn brief: met vriendelijke groeten, mevrouw Miedema. Dat helpt niks. De mensen die de brief vaak te vlug lezen, sturen een brief of mail terug met briefaanhef: Beste mijnheer Adri Miedema. Wel grappig.
Zal ik dan mijn voornaam veranderen? Nee, ik vind mijn voornaam wel mooi en spreek mijn voornaam gemakkelijk uit met een rollende tongval en met een gebaar zoals mijn wijsvinger in mijn wangkuiltje.
Waarom de rollende tongval? Toen ik een klein meisje van een jaar of 6 was, kregen mijn ouders een brief van de dovenschool waarin werd medegedeeld dat er een openbare spraakles op zaterdagmorgen om ongeveer 10 uur werd gegeven om de medeklinker r goed te kunnen leren spreken. Dat vonden zij wel belangrijk maar ik was er niet blij mee.
Toen bestond er nog een 45-urige arbeid voor de werkenden  en ambtenaren. Mijn vader moest als ambtenaar in die tijd ook doorwerken tot zaterdagmiddag om 1 uur. Maar hij kreeg een verlof om mij naar die spraakles te brengen.
Tijdens de les zat ik op de hoge stoel tegenover de spraakleraar, meneer Staal. Hij had een vreemd apparaatje dat wat op een scheermachine leek. Hij zette dat ding onder mijn kin. Ik voelde flinke trilling onder mijn kin zodat ik mijn tong gemakkelijk heen en weer naar mijn verhemelte kon bewegen. Natuurlijk kon ik al de medeklinker R al uitspreken, maar mijn ouders wilden de zekerheid hebben dat ik het wel kon.
Ouderwets! Tegenwoordig hoeft dat niet meer. Daarom vind ik mijn voornaam wel mooi.