HDG: Stolperstein voor Marianne Cohen

Marianne Cohen

voorgelezen door Henk Betten bij Jozelf Israëlsstraatstraat 81a

De ouders van Marianne Cohen komen uit Meppel. Ze trouwen daar in 1861, waarna ze naar Haarlem verhuizen. Daar begint vader Salomon Cohen een bakkerij. Salomon en zijn echtgenote Clara van Es krijgen zes jongens en vier meisjes, Marianne is in 1873 hun zesde kind. Als Marianne 9 maanden is wordt ze als gevolg van een hersenziekte doof. Vanaf haar zesde gaat Marianne tien jaar naar de dovenschool in Rotterdam. In 1889 komt ze weer in Haarlem bij haar ouders wonen. Thuis is net een kamer vrij. Want Mariannes oudste zuster Frederika was getrouwd en verhuisd naar Groningen.

Marianne verliest in 1903 haar moeder en vijf jaar later haar vader. Twee broers zetten de bakkerij voort, en Marianne blijft daar nog ruim tien jaar wonen. Daarna woont ze in Haarlem op zichzelf, totdat ze in oktober 1933 naar Groningen verhuist. Na een half jaar komt ze hier in de Jozef Israëlsstraat in het pension van Jettje Klein te wonen. Dit is met twee onderbrekingen haar vaste adres in Groningen. De eerste keer dat ze van hier vertrekt, woont ze drie jaar in andere Groningse pensions. Dan komt ze voor een jaar terug bij Jettje Klein. Daarna verhuist ze naar haar broer Abraham in Amsterdam. Maar in april 1940 komt ze terug naar Groningen, eerst naar haar zuster Frederika, dan is ze ergens anders in pension en in augustus 1941 woont ze weer hier.

In 1943 bepaalt de politiearts dat Marianne Cohen en haar hospita Jettje Klein per ziekenauto naar het Groningse Hoofdstation vervoerd moeten worden. Via Westerbork gaat beide vrouwen kort na elkaar naar Sobibor. Bij aankomst worden ze vermoord.

Marianne Cohen is 69 jaar oud geworden.