Op 25 april jl zijn we gestart met de herdenking van oorlogsslachtoffers. De werkgroep Historie Doven Groningen deed uit de doeken hoeveel oud-leerlingen in de 2e Wereloorlog op transport zijn gegaan naar Westerbork en niet levend terug zijn gekomen.

Een indrukwekkend verhaal van discriminatie en respectloosheid. Uit het archief is gebleken dat 83 Joodse Groningers uit de dovengemeenschap zijn vermoord. Ze waren ook leerlingen van onze school. Daarom is er een gedenkteken gemaakt om ons er aan te herinneren dat deze wreedheden de wereld uit moeten. Dat we met respect met elkaar om moeten gaan, omdat we allemaal mensen zijn. Het kunstwerk is vandaag onthuld en krijgt een mooie plaats in de binnentuin. Een gedenkteken om deze historie te delen en elkaar opnieuw te herdenken.

    

Vooraf wil ik het verhaal over van Joodse dove leerlingen op het doveninstituut te Groningen hier vertellen.

Nog langer geleden begon H.D. Guyot in 1785 met het dovenonderwijs. Het was heel bijzonder in deze tijd. Ook Joodse jongens en meisjes kregen daar onderwijs.

Tot het jaar 1843 verbleven Joodse leerlingen gewoon samen met andere leerlingen in het internaat. In 1843 is het huis voor Israëlitische leerlingen gekocht en vertimmerd. Het Joodse leven van leerlingen was het eten van kosjer, een speciale maaltijd en ook opvoeding naar hun godsdienstige instelling. Op school gingen ze gewoon samen met leerlingen met het andere geloof.

In 1934 werd het oude Joodsche kosthuis geheel ontruimd, de overgebleven leerlingen kwamen te wonen bij de pleegouders in de stad, in overleg met de Joodse leiders. Het kwam door de daling van het aantal Joodse leerlingen. Dove Joodse leerlingen van het Instituut werden gedeporteerd en vermoord. Totaal 83.

Uit 83 oud-leerlingen kies ik nu zeven oud-leerlingen die later in Stad Groningen woonden.

Esther de Beer    Zij is geboren op 13 november 1904 te Groningen. Het laatst bekende adres van Esther was Nieuwstad 42, Groningen. Esther had een dove zus, Saartje de Beer.

Saartje de Beer    Zij is geboren op 06 maart 1907 te Groningen. Het laatst bekende adres van Saartje was Nieuwstad 42a, Groningen. Saartje had een dove zus, Esther de Beer. Samen met Esther zat zij op de Groningse dovenschool en gedeporteerd en vermoord op 12 februari 1943 in Auschwitz. (Polen)

Louis Monasch Jr.    Doof geboren te Rotterdam op 3 juni 1908. Hij werd op 5 juni 1916 ingeschreven als leerling van het instituut te Groningen. Volgens mededelingen in het leerlingenregister waren zijn vorderingen zeer goed op school. En verliet op 19 juli 1923 van de school. Louis werkte als boekhouder in het confectiefabriek Levie te Groningen. Zijn vader, geboren in Zuid-Holland (Oud-Beijerland), werkte daar als bedrijfsleider. (Atelier in 1880 aan de Carolieweg later W. A. Scholtenstraat)

Elizabeth Cohen    Zij is doof geboren op 14 oktober 1909 te Groningen en in 1935 trouwde zij met Louis Monasch Jr. Het laatst bekende adres was De Sitterstraat 5-a in Helpman.

Leo Louis Monasch    Doof geboren op 30 september 1936, zoon van Louis Monasch Jr. en Elisabeth Cohen. Hij ging toen hij drie was al naar het doveninstituut. In het begin van de oorlog werd Leo Louis met andere Joodse leerlingen naar huis gestuurd. Vanwege zijn Joods-zijn mocht hij het instituut niet meer bezoeken. Dat leidde tot een protest van directeur Büchli van het instituut en op 4 november 1941 mocht Leo Louis terug naar zijn school. In september 1941 moesten deze Joodse leerlingen, ook zijn zoon Leo Louis, op bevel van de Secretaris-Generaal van de Duitse bezetting weggaan uit dit instituut, enkel omdat zij Joden waren… Het gebeurde tot grote woede van de directie van het instituut. Op het doveninstituut kwam er eens een brief binnen van de Joodse Raad te Amsterdam, geschreven op 6 maart 1942, binnen. Daarop stelde men een vraag op: “Hoeveel Joodsche leerlingen heeft het Instituut?” Drie dagen later reageerde de directeur van dit instituut, met een wedervraag in zijn antwoordbrief: “Met welk doel?” De Joodse Raad antwoordde: “…verzoek naar aanleiding van een opdracht van de mensen van de bezetting aan den Joodsche Raad, op welke wijze thans nog het onderwijs aan doofstomme Joodsche leerlingen is geregeld. De bedoeling is kennelijk den Joodsche Raad op te dragen de organisatie om dit onderwijs voor Joden in eigen hand te nemen”. Twee maanden later boekte deze directeur succes. De leerlingen ‘mochten’ weer terug naar school. In de brief van Louis Monasch als vader van Leo Louis, geschreven op 3 november 1941, liet hij de directeur weten ontzettend dankbaar te zijn dat zijn zoon weer terug op school mocht komen. Hij schreef verder: “De geschiedenis van de Doofstommeninrichting leert ons, dat Henri Daniël Guyot (1753-1828), stichter en leraar van het eerste doveninstituut in ons land, een Joodsche en Protestantsche leerling tot zich nam om hun doofstommenonderwijs te geven waarmede een bewijs van verdraagzaamheid ten opzichte van ras en godsdienst gegeven is. Thans 150 jaar later is tegen alle verdrukking in opnieuw hetzelfde voorbeeld herhaald. Deze daad van menschlievendheid zal zich niet onbeloond laten, hetzij vroeg, hetzij laat. Weest overtuigd van onze erkentelijkheid. Immers, wie kan het verschil aantoonen tusschen een Katholiek, Joodsch of Negerkind? Voor God zijn ze allen gelijk, ze zijn menschen”. (!) Hij werd vermoord op 19 oktober 1942 op zijn 6-jarige leeftijd, samen met zijn ouders en een horend zusje in Auschwitz. (Polen)

David de Levie    Geboren te Groningen op 16 december 1921. Volgens het verslag in het leerlingen-register van het instituut leerde David meubelmaken en hij was extern. Omdat de ouders in Hilversum woonden, verbleef David de Levie bij een kostbaas in de stad Groningen. Door vergassing stierf David op 19 oktober 1942 in het kamp Auschwitz. Was 21 jaar oud.

Meijer Gosschalk    Hij was doof geboren op 1 september 1931 te Groningen en had horende ouders, genaamd Hartog Gosschalk en Julie Levie en Sara, een horend zusje. Ze hadden de slagerij aan de Folkingestraat nr. 33 te Groningen. Meijer is op 25 februari 1935 opgenomen als leerling van het doveninstituut op het Guyotplein te Groningen. Van oudere doven vernam ik dat David de Levie, als Joodse medeleerling van oudere leeftijd, Meijer altijd meenam naar huis. Zij woonden namelijk vlakbij elkaar. Tijdens de wekelijkse wandelingen kregen de leerlingen van het doveninstituut van de slagerij Gosschalk vaak een plakje worst. Een dove medeleerlinge van Meijer vertelde me hoe zij zich herinnerde: “Meijer moest van hun onderwijzer een blad van een plant op de vensterbank opeten. Volgens haar gebeurde het uit louter pesterij, enkel omdat hij een Jood was”. Een andere medeleerling vertelde me hoe hun onderwijzer toen zou hebben gezegd dat over twee weken de Joden allen opgehaald worden. Meijer reageerde geschrokken en zei: nee, nee. Deze onderwijzer zei op de bewuste ochtend (2 oktober 1942) zei, dat Meijer en andere leerlingen vandaag bij de razzia opgehaald worden. Deze medeleerlinge vraagt zich tot op heden af: hoe wist deze man dat?! Meijer werd samen met zijn familie op 2 oktober 1942 gedeporteerd naar Auschwitz waar hij op 29 oktober van dat jaar te Auschwitz samen met zijn familie is vermoord. Hij was 11 jaar oud.

Razzia in Groningen    In Nederlandse Dagblad van 5 mei 2004 staat o.m. geschreven: ’Van 2724 Groningers die door de Duitsers als ‘Voll-Joden’ waren geregistreerd, werden er ongeveer 2550 naar Polen gedeporteerd en vermoord door vergassing. Zelfs voor Nederlandse begrippen is het aantal omgekomen Joden in Groningen opmerkelijk hoog. Dat was vooral te wijten aan de Groninger politiecommissaris Ph. Blank, een gedreven joden jager. Daarom herdenken we vandaag de deportatie en het overlijden van dove Joodse leerlingen.

door Henk Betten