HDG: Geslaagde Dovengeschiedenisdag

HDG: Geslaagde Dovengeschiedenisdag

Zaterdag 27 oktober 2018:    Ongeveer 60 mensen gingen op zaterdag naar het clubhuis aan de Munnekeholm voor deze driejaarlijkse dag.

’s Morgens was er een stadswandeling waaraan ruim 20 mensen meededen. Er zijn twee groepen gesplitst. In de stad had H.D. Guyot geleefd en gewerkt van 1781 tot en met 1828.

Guyot begon met het Nederlandse Dovenonderwijs in 1785 aan de Brugstraat. Op het laatst kwamen we op het Guyotplein. Daar stond het doveninstituut plus de directeurswoning.

Verder staat er een wit monument in het midden ter ere van H.D. Guyot.

Na de lunch waren we drie lezingen, ten eerste over het werk en doel van de driejarige oude commissie ‘Cultureel Erfgoed Doven (CED) door Lisanne Westenberg, daarna vertelde Corrie Tijsseling over haar ervaringen als congresdeelneemster van “Deaf History International” in Australië. Nederland mag het DHI-congres over 6 jaar, dus in 2024, samen met België organiseren!

Auke Kuitert, Elly Meijer en Jan Peter Nienhuis vermaakten ons met hun eenakter, ook genoemd, sketch, tussen drie lezingen door. Toen en nu op school anno 1800 en 2000. Dan volgde er een lezing door Henk Betten. Hij had het over Guyot, niet over zijn leven en werk maar allerlei dingen die te maken hebben met de naam ‘Guyot’.

Corrie Tijsseling schreef een proefschrift tot december 2014 en werd hierdoor doctor. In haar lezing legde zij uit hoe zij het deed en welke aspecten er nodig waren om tot een boek te maken.

Commentaar van sommige mensen vinden erg interessant.

De commissie ‘Historie Doven Groningen ‘als organisator is er blij mee.

geschreven door Henk Betten

 

 

 

 

 

HDG: Stolperstein voor Henderiena Cohen

HDG: Stolperstein voor Henderiena Cohen

Henderiena Cohen 

Voorgelezen door Henk Betten bij Jozef Israëlsstraat 18A-II

Henderiena Cohen is de zus van Hertog, Esther en Sara Cohen. Zij is geboren in september 1886 in Loga, een plaatsje in Oost-Friesland, over de grens bij Winschoten. Ze is het zevende kind van het gezin. Henderiena is gehandicapt, bovendien is ze doof is en later ook veelal bedlegerig. Haar zussen hebben voor haar gezorgd. Henderiena is ongehuwd gebleven. Over haar leven in Duitsland is verder niets bekend.

Onder de dreiging van de Jodenvervolging is zij met haar broer Hartog en zussen Sara en Esther in het voorjaar van 1939 naar Groningen verhuisd. Ze wonen daar in de Jozef Israëlsstraat 18a, samen met de familie Cohen-Altgenug, een gezin met vijf kinderen en oma in huis. Op dit bovenhuis hebben dus enkele jaren 12 personen samen geleefd, dat moet heel moeilijk zijn geweest.

Henderiena wordt begin maart 1943 weggevoerd naar Westerbork, een week later gedeporteerd naar Sobibor en kort daarna vermoord, op 56 jarige leeftijd.

Alleen hun jongste zus Rahel heeft ternauwernood Auschwitz overleefd en heeft later nog nakomelingen gekregen.

 

HDG: Belevenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog

Ik heb herhaling vanuit 2011 van website geplaatst. … Even terugdenken hoe ze allemaal meegemaakt hebben.
De werkgroep HISTORIE DOVEN GRONINGEN heeft eens oudere dove mensen geinterviewd, terwijl het op video werd vastgelegd. Aan hen werd gevraagd hoe ze het vroeger hadden meegemaakt in de periode tussen 1940 en 1945. 

Aan hen werd gevraagd hoe ze het vroeger hadden meegemaakt in de periode tussen 1940 en 1945

Enkele vragen werden gesteld aan de heren De Vries en Terpstra en mevr. De Windt (allemaal boven 70 jaar oud):
“Hadden jullie genoeg informatie over het uitbreken van de oorlog in Nederland op 10 mei 1940 van horende mensen?”

Harm de Vries:     “Nee, ik wist het niet zo precies meer. ’s Middags om 12 uur zag ik met eigen ogen de Duitse soldaten marcheren. Ik dacht: Wat is dat?”

Harm Terpstra:     “Mijn vader vertelde me dat het oorlog uitgebroken is. Hij zei dat ik thuis moest blijven. Dus niet werken in Leeuwarden. Ik zag op een grote afstand wel erg veel vuur; bij de Afsluitdijk werd er gevochten”.

Mevr. Henny de Windt:     “Mijn ouders vertelden me wel en zeiden tegen mij:”Goed opletten. Pas op! Erg gevaarlijk!”

Dovenbijeenkomsten, zoals van de NNDV

Harm de Vries:     “Van 1941 tot 1945 was er geen bijeenkomsten van de NNDV. Het mocht niet van de Duitsers. Erg vervelend, omdat er ’s avonds een uitgaansverbod na 8 uur was. Zo konden dove mensen in de stad elkaar niet opzoeken voor een gezellige babbel”.

Harm Terpstra:    “Omdat ik in een dorp te Friesland bij mijn ouders woonde, had ik weinig contact. Gelukkig kwamen enkele doven bij mij langs; ik denk aan de heren Boersma, Olivier, Houkes. We hadden het toch gezellig met elkaar gebabbeld”.

 Persoonlijke belevenissen

 Harm Terpstra:     “Jaik had werk te Leeuwarden. Elke dag fietste ik heen en weer. Op een dag fietste ik langs een bunker; daar stond daarvoor altijd een Duitser met een geweer. Hij moest controleren of iemand een Ausweis (een soort identiteitsbewijs) bij zich had. Maar op die dag zag ik hem niet staan. Dus gewoon doorfietsen, dacht ik. Na ongeveer tien meter fietsen zag ik opeens een voorbijganger naar mij zwaaien. Zijn gezicht zag er erg bang uit en ik stopte en zag die man naar achteren wijzen. Ik keerde me om en zag zowaar een Duitser staan. Hij hield zijn geweer in aanslag.

Oei, oei. Ik keerde me snel terug en liet me mijn Ausweis zien. Die Duitser mopperde kwaad en enkele mensen die mij kenden, vertelde hem dat ik doof ben. Die soldaat bleef mij kwaad aankijken en zei dat ik een witte armband om moest hebben. Dat vond ik erg vreemd.

Ik begreep niet waarvoor dit moest dienen. Thuisgekomen vertelde ik het alles aan mijn ouders. Volgens mijn vader moest ik die armband,met SH erop,beslist om hebben, zodat de Duitsers kunnen zien dat je slechthorend of doof bent”.

Harm de Vries:     “Op een zondag reisden we naar Heerenveen per trein om daar het voetballen, ook om Abe Lenstra, te zien spelen.Toen we weer terugkeerden via Leeuwarden, zat ik in de trein die mij naar Groningen bracht. Een heer die tegenover mij zat, vroeg mij waar ik heen moest gaan. Naar Groningen! Het antwoord was: O,je moet goed oppassen. Want er is vanavond vanaf 8 uur een uitgaansverbod te Groningen! Ik schrok er van, maar ja, ik moest toch naar huis Op het station stond een stationschef klaar. Hij gaf iedereen die gearriveerd was, een papiertje mee. Daarin stond vermeld, dat men hierdoor voor deze avond vrijgesteld werd. Ook ik kreeg het papiertje en stak hem in mijn binnenzak.Dan liep ik van het station af naar huis. Vlakbij de Plantsoenbrug schrok ik hevig van het felle zaklantaarnlicht. Ik kon haast niets zien en zag enkele Duitsers opgewonden praten. Ik zei dat ik doof ben door de vingers in mijn oren te stoppen en liet het papiertje aan hen lezen. Okee, je kunt doorlopen!, zeiden ze”.

Henny de Windt:     “Ook ik had iets. Ik was zo nieuwsgierig geweest. Daar was mijn vader dagenlang erg kwaad om. Op een dag zag ik enkele Duitse soldaten vlak bij ons huis rondlopen. De ene had een grote soort buis in zijn hand. Opeens liepen die soldaten naar de brug. Mijn vader trok me weg en zei: Binnen blijven! Maar ik duwde me van hem weg en bleef kijken. De soldaten kropen onder de brug en maakten daar zo’n buis en enkele draden vast en deden nog iets.Ik bleef kijken en het gezicht van mijn vader zag er kwaad uit, maar ik trok er als een jong en eigenwijs meisje niets van aan; ik liet me los.
Opeens zag ik een grote ontploffing en dan het ineenzakken van de brug. Kapot! Mijn vader sleurde me ruw het huis binnen maar ik bleef lachen en zei: Papa, ik heb toch alles gezien!”

De volgende vraag ging over de informatie van of Nederland in april 1945 al of niet vrij werd

Harm Terpstra:     “Nou, mijn vader vertelde me dat Nederland bevrijd werd. Daarom kon ik niet naar mijn werk. Want mijn baas was een NSB-er. Enkele dagen later zag ik hem met andere NSB-ers met kale koppen in een groep marcheren; ze werden op transport gesteld, op weg naar een gevangenis”.

Harm de Vries:    “Ik voelde op 11 April veel spanning, omdat de bevrijding door de komst van Canadese soldaten in de stad Groningen naderde en mijn baas zei op een dag dat we naar huis moesten gaan. Bij de Visbrug aan de Lage der Aa liep ik voorzichtig en opeens stopte een auto vol Duitsers vlak voor mij. Een van hen maakte een gebaar van: Zo gooi ik je in het water! Frustraties? Ik maakte hem duidelijk dat ik doof ben. Zo liet men mij gaan”.

HDG: nieuwsbrief Dovenshoah

HDG: nieuwsbrief Dovenshoah

Monument-wereld-bleef-doof-web1-300x257

STILLE WANDELING MET STICHTING DOVENSHOAH

door de vroegere Jodenbuurt te Amsterdam

Zondag 1 mei 2016

Om 11.30 u verzamelen: Café ‘Amstelhoeck’, Amstel 1, te Amsterdam

Wandeling zal ongeveer twee uur duren

Bij Monument DovenShoah op Hortus Plantsoen: stilstaan om de vermoorde Dove Joden

tijdens de Tweede Wereldoorlog te herdenken.

Kosten: 5 euro per persoon

Maximaal 30 deelnemers, Doof of horend.

Opgave per email: penningmeester.dovenshoah@gmail.com

logoshoah

 

Herdenkingssteen op straat (Stolpersteine)

Stolpersteine (herdenkingssteen) op straat voor Groningse dove joodse mensen

Door Henk Betten

Er is een derde Stolpersteine geplaatst voor Hans Valk, een dove joodse man, op dinsdag 23 februari 2016 door de Duitse kunstenaar Gunter Demnig zelf op de Burgemeester Meineszlaan 87b, Rotterdam!  Als eerste in Nederland, speciaal voor dove Joodse mensen!

Eind 2015 had Demnig als initiatiefnemer van dit project al 56.000 Stolpersteine geplaatst in meer dan duizend steden en dorpen in achttien landen. De eerste steentjes heeft hij in 1999 in Berlijn gelegd. Het initiatief vindt internationaal weerklank, want inmiddels zijn in meer dan 600 Europese steden ongeveer 40.000 gedenksteentjes geplaatst. De afmeting is 10 bij 10 centimeter. De eerste steen is in 2007 te Borne (Overijssel) gelegd. Ook in circa 75 Nederlandse steden liggen al Stolpersteine, in het noorden onder andere in Assen, Haren, Bedum, Grootegast, Drieborg, Pekela en Stadskanaal.

Waarom?

Een stolpersteine (in het Nederlands: struikelsteen en ook als herdenkingssteen genoemd) is voor onder andere joodse mensen die in de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd en vergast. In Rotterdam is het voor het eerst in Nederland begonnen met de herdenking, speciaal voor dove joodse mensen.

Op de website van http://www.doof.nl/nieuws/stolperstein-voor-dove-hans-valk/29490 is te lezen:

Op dinsdag 23 februari 2016 werd op de Burgemeester Meineszlaan in Rotterdam een Stolpersteine geplaatst voor de dove Hans Valk. Valk kwam net als zijn beide ouders om tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hans Valk was een zoon van Joseph Valk en Sebilla Cohen. De dove jongen ging in zijn jeugdjaren naar de dovenschool te Rotterdam. Daarna werd Hans Valk in het Apeldoornse Bosch te Apeldoorn geplaatst, een instelling voor Joodse kinderen met psychische of opvoedingsproblemen en kinderen met een mentale beperking. Op 21-22 januari 1943 werden bijna negenhonderd joodse patiënten en meer dan vijftig personeelsleden van de joodse psychiatrische inrichting Het Apeldoornse Bosch door de nazi’s weggevoerd naar het concentratiekamp Auschwitz/Birkenau.

In Groningen hebben ook dove joodse mensen gewoond, waaraan wij als commissieleden van Historie Doven Groningen ook aandacht willen geven en zo een stolpersteine willen aanbieden. Hierover is momenteel overleg gaande met het bestuur van de Stichting Clubhuis voor Doven. Dove joodse mensen heten Esther de Beer en haar zus Saartje de Beer, hun adres was Nieuwstad te Groningen en zijn samen omgekomen op 12 februari 1943 in Auschwitz. Grietje Cohen en haar zus Saartje Cohen hadden een woonadres te Groningen en werden in februari 1942 geplaatst in het Apeldoornse Bos en omgekomen op 25 januari 1943 in Auschwitz. Het gezin, bestaande uit Louis Monasch Jr., Elisabeth Monasch-Cohen, zijn vrouw en hun zoon Leo Louis (alle doof) en zijn horende zusje Leida Betsy woonden volgens opgave in februari 1941 aan de Sitterstraat in Helpman-Groningen, en zijn allen omgekomen op 29 oktober 1942 te Auschwitz, samen met Meijer Gosschalk en zijn familie, die in de slagerij aan de Folkingestraat te Groningen woonden. Alle genoemde mensen behalve Leida Betsy Monasch waren als leerlingen van het Koninklijke Instituut voor Doven H.D. Guyot te Groningen.

Misschien zijn er lezers op deze website die meer weten over andere dove joodse Groningers? Dan graag doorgeven aan Henk Betten: e-mail: henk.betten@home.nl