Praatcolumn Adri – mei 2011

Vandaag is het 4 mei, de dag van de dodenherdenking. Vanavond om 20:00 uur staan we in heel Nederland stil bij de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog, een oorlog die aan miljoenen het leven kostte. Speciaal voor deze dag staat Adri stil bij haar familie die ook het een en ander mee heeft gemaakt in de oorlog. 

Ofschoon ik ruim tien jaar na de WOII ben geboren, voel ik me toch een naoorlogskind, omdat mijn familie de WOII bewust heeft meegemaakt. Dat was een vreselijke tijd.
Mijn opa vaderskant, mijn oom moederskant en mijn vader hadden in die tijd een dienstplichtige leeftijd en moesten werken voor Duitsland. Daar peinsden zij niet over. Werken voor de Moffen, nooit!! Maar zij moesten zich wel verstoppen om niet te worden gepakt.

Vader had in die tijd veel last van zijn ontstoken borstvlies. Dus bedacht hij een list om zijn dienstplicht te ontlopen. Hij ging naar zijn huisarts en werd doorverwezen naar het ziekenhuis om een röntgenfoto te laten maken. Het ziekenhuis ontdekte dat hij een vorm van een longontsteking had. Daarna keerde hij terug naar zijn huisarts die daar kwaad over was. Want de huisarts schreeuwde dat de Duitsers daar niet bang en niet gevoelig voor waren. “Weet je waar  de Duitsers doodsbang voor zijn. Een besmettelijke ziekte.” Dus verscheurde hij het briefje van het ziekenhuis en werd vader opnieuw doorverwezen naar de longarts die dezelfde achternaam droeg als mijn vader. De dokter schreef in het papiertje of de longarts een valse doktersverklaring wilde geven omdat zij allebei dezelfde achternaam hadden. Hij grijnsde toen hij de brief van zijn huisarts las en gaf hem toch een valse doktersverklaring. Alleen moest vader thuisblijven voor een “huisarrest”. Zo heeft hij deze oorlog overleefd.

Oom ging onderduiken in een boerderij, ergens in Friesland. Helaas werd de boer, die bij een aantal mensen bekend stond als iemand die onderduikers verstopte in zijn grote boerderij, verraden door de Duitsers. Hij werd afgevoerd naar het concentratiekamp in Ommen. Deze kamp zag iedereen aan als een zwembad. Belachelijk! Dat was eenmaal zo.
Hij werd bevrijd door de Canadezen. Zo overleefde hij de WOII.

Dertig jaar later zat ik op de gewone middelbare school en volgde ik de geschiedenislessen. Ik kreeg vreselijke gruwelverhalen te horen over de WOII.
Op een zaterdagavond ging ik lekker snuffelen in de studeerkamer van mijn vader. Ik bekeek de lange rijen boeken en  las de rug van een van boeken waarop het woord “Geuzenliederen” stond. Dat maakte mijn nieuwsgierig. Ik pakte dit boek er uit. Op dit moment viel het papiertje uit dit boek. Ik raapte dit papiertje op en las tot mijn verbazing dat het een Duitse oproepbericht voor mijn oom was. Ik riep tegen mijn vader: “Kom eens kijken naar dit papiertje”. Hij reageerde er ook verbaasd op door te zeggen dat het belangrijk is, misschien een bewijs voor oom is en wij dit moesten bewaren. Ik plaatste dit weer terug in dit boek op deze plank.

Later kwam oom op bezoek bij ons en vertelde hij dat hij gauw in de vut ging. Maar hij had een financieel probleem. Hij kreeg geen 100% (volledige) uitkering omdat hij 38 jaar in dienst had gewerkt. Dat klopte niet. Hij werkte al 40 jaar. Dus had hij recht op 100% (volledige) uitkering. Hoe kon hij dat aanpakken? Op dit moment schoot het mijn vader te binnen dat ik het bewijs oproepbericht voor hem heb gevonden. Hij ging naar mij om te laten weten of ik dat Duitse oproepbericht aan oom terug wilde geven die dat moest hebben. Ik herinnerde me dat ik dat gevonden heb in het boek met een rug waarop de Geuzenliederen stonden en overhandigde dat aan hem. Daar was hij echt blij mee. Dat was een bewijsstuk dat hij twee jaar moest onderbreken voor de concentratiekamp. Hij had dat daarop direct gestuurd naar het ministerie van defensie en wachtte op zijn antwoord. Maar hij kreeg geen reactie van dit ministerie. Uiteindelijk kreeg hij pas een 100 % (volledige) uitkering toen hij 65 werd.
De ambtelijke molens maalden traag.