Historie NNDV-GDOV

Als stamvader van alle verenigingen en clubs, nu alle onder Stichting Clubhuis van Doven aangesloten, werd de Noord-Nederlandse Doven Vereniging op 27 mei 1923 opgericht. De heren Glebbeek, Buter, Boekelo, Lubach en Levie zaten in het bestuur.

1924

Het ledenaantal vermeerderde tot 53. NNDV verkreeg een Koninklijke goedkeuring en heeft daardoor de statuten ‘Noord-Nederlandse Doofstommen Vereeniging’, erkend bij Koninklijk Besluit van 20 september 1924, Staatsblad No. 42. »
Hoe het precies toeging, lezen we in het verslag van de secretaris.
Toch neem ik aan, dat de heer Buter secretaris was; daaruit blijkt de inhoud van het volgende verslag, dat zo staat geschreven:
“Ingevolge het besluit van de vergadering op den 27 Mei ’23 werd de vereniging, genaamd: Noord-Nederlandsche Doovenvereeniging, te Groningen opgericht, om door onderling overleg het maatschappelijk werk onder de dooven ter hand te nemen. Het bestuur was met de statuten voor de vereeniging gereed, die ook koninklijk goedgekeurd moeten worden. Daarvoor moesten de leden zelf beslissen. Zij werden voor dien tijd per circulaire op de hoogte gebracht van de plaats hebben der vergadering. 47 leden waren opgekomen, terwijl enkelen met kennisgeving aan ’t bestuur verhinderd waren te komen en ook eenige anderen zonder kennisgeving wegbleven, hetgeen het bestuur zeer jammer vond. Na opening der vergadering door den Heer A. Glebbeek, als voorzitter, was spoedig het woord aan den Heer K. Buter, die eerst begon met de wijze, waarop deze vereeniging tot stand kwam, n.l. doordat zoo vaak gevraagd werd, waarom hier geen vereeniging bestond.
“Vroeger (in 1916) had men wel geprobeerd met “Onderlinge Vriendschap”, maar deze werd spoedig opgeheven wegens gebrek aan medewerking en steun. Later slaagde men evenmin met de afdeeling van het Guyotfonds. Men tastte in het duister (), totdat verleden jaar op den 18den Februari nogmaals een vergadering werd bijeengeroepen. Er werd voorlopig een nieuw bestuur gekozen. Op den 27den Mei kon het bestuur klaar komen met het concept van het reglement voor de afdeeling van ’t Guyotfonds en op de vergadering was gebleken, dat zij niet strookte met het ideaal der leden. Daartoe was ook een andere gevolgtrekking noodig, te meer daar het bestuur wel bewust is, welk nut een vereeniging voor de dooven zijn kan”.
Verder: “Daarna legde hij (de heer Buter) de artikelen der statuten uit:

“Het doel der vereeniging is, om door het aankweeken van onderling overleg, de belangen der dooven te behartigen en hunne algemeene ontwikkeling te bevorderen”. En wel door:
1 het houden van vergaderingen.
2 het organiseren van cursussen en het geven van gelegenheid tot ontspanning.
3 het vormen en in stand houden van fondsen.
4 het samenwerken met zusterorganisaties.
5 andere wettige middelen, die tot het doel bevorderlijk kunnen zijn.

Alle andere artikelen werden eveneens goed gevonden. Hij (de heer Buter) bracht tevens hulde aan de Heeren C.G. Postma en E.P. Frölich, die als adviseurs der vereeniging zijn toegetreden, alsmede aan den broer van de heer E.P. Frölich, die werkzaam is op een notariskantoor en met bepaalde eischen voor het samenstellen van de statuten op de hoogte is. Geheel belangeloos hebben zij het bestuur ter zijde gestaan, enz.”.
(De eerstgenoemde heren waren als onderwijzer van het doveninstituut werkzaam).
Nog verder: “Na de voorlezing der statuten bracht de secretaris tevens verslag uit over de verrichtingen van het bestuur in het afgeloopen jaar. De vereeniging, die met 36 leden begonnen was, telt er thans 53. zoodat zij vooruitgaande is, al is zij nog in een stadium van begin enz.”.
Dit verslag eindigt met de woorden: “Na de pauze, waar ’t even gezellig toeging, bracht de heer C. Borels verslag uit over de financiën. (helaas zijn daar geen cijfers te lezen)
De vergadering, die ’s middags om 2 uur begonnen was, werd ’s avonds te
7 uur gesloten door den Heer A. Glebbeek, nadat hij de aanwezigen gedankt had voor hun opkomst”.
Adviseurs waren Postma en Fröhlich, onderwijzers van het doveninstituut. Zo voorkwam men ruzie binnen het bestuur
In het verleden had de NNDV een sociale functie. Zo werden aan leden die het moeilijk hadden, vaak een ondersteuning gegeven. Deze bestond uit etenswaren, brandstof of vrijstelling van contributie. Het gebeurde in de crisisjaren vanaf 1929. Er werd ook aandacht gegeven aan ontspanning; het hield in dat de leden aan spelavonden en uitstapjes deden. De Guyotavond en het kerstfeest waren ongeveer hoogtepunten van de bijeenkomsten. Tijdens het kerstfeest werd meestal een toneeluitvoering gegeven in de gymnastiekzaal van het Instituut.

 

1935

In dat jaar werd daar een 4de Bondsdag van de « Nederlandse Bond van Doofstommenverenigingen » gehouden. Er was veel belangstelling. Klaas Wind was daar op dat moment voorzitter van de NNDV. Veel werk voor het bestuur geweest. Uit de toen nog bewaarde notulen bleek, dat de bijeenkomsten vaak gehouden werden in een zaal van het café-restaurant Van Duinen aan de Grote Markt. Het gebeurde van het oprichtingsjaar tot mei 1942.

 

2e Wereldoorlog

Daarna mocht men op bevel van de bezetter (Duitsers) geen bijeenkomsten meer houden. Het was dus verboden. Sociale contacten waren zo onmogelijk gemaakt! De bestuursleden Beukema en Mulder waren zo verstandig geweest om het kasgeld van de NNDV in deze tijd naar de bank te brengen en de vereniging niet bij de bezetter op te geven, wat verplicht was. Zo konden zij na de oorlog het bedrag van f. 400, = van de bank innen!
Na de bevrijding zocht men naar een geschikte zaal. In het Concerthuis aan de Poelestraat, kon men het Kerstfeest na lange tijd weer in 1945 vieren. Alles was echter op de bon. Men had extra bonnen ervoor nodig en het verzoek van het bestuur werd door het Hoofddistributiekantoor afgewezen. Dus geen bonnen…
Na een tijdje later had men een vaste zaal: in de linnenkamer van het Instituut. De NNDV hoefde van de directie van dit instituut er geen huur voor te betalen.

 

1948

In dat jaar vierde de NNDV haar 25-jarig bestaan in Huize de Beurs: er was een toneeluitvoering en goochelaars Mannenberg en Nefam, na afloop BAL (dat wil zeggen: men kan op de dansvloer komen, H.B.). De sluiting was om ongeveer 3 uur ’s nachts.
De NNDV had tot doel: gezellig bij elkaar zijn, eens per maand. In 1959 was Hendrik Beukema 25 jaar lang bestuurslid. Organiseerde meestal samen met Arie Glebbeek vele uitstapjes. Naar Duitsland, België en Valkenburg tijdens het 30-jarig bestaan van de NNDV. Arie Glebbeek was ook lang actief en mocht het 50-jarig bestaan van de NNDV meemaken. In 1973 werd er veel aandacht gegeven aan dit jubileum. Er waren een receptie, toneel en een goochel-voorstelling gehouden.
Zowel het oude clubhuis aan de Grote Leliestraat als het nieuwe clubhuis aan de Violenstraat is voor de NNDV was erg belangrijk voor haar bijeenkomsten.

 

1983

In 1983 vierde de NNDV haar 60-jarig bestaan, het betekende weer een receptie in het clubhuisgebouw van de Speeltuinvereniging van de Indische buurt.
In het Nieuwsblad van het Noorden stond zo: “NNDV vreest clubhuis te verliezen”. NNDV had op dat moment 73 leden. Het Clubhuis was hiervoor te klein geworden.
Er volgde in 1984 een naamsverandering in GDOV. Sommige oud-bestuursleden waren er niet best te spreken, maar leggen zich hierbij gelaten neer.
Op 21 Juni 2003 vierde men het 80-jarig bestaan, weer in Huize De Beurs. De leden kregen een rondvaart door de Groningse grachten aangeboden.
Henk Betten, Werkgroep Historie Doven Groningen.