Historie dovenschaakclub Martini

Geschiedenis van de dovenschaakclub ‘MARTINI’, een vraaggesprek met Rein Stokla in maart 2003.

Historicus Henk Betten gesprek met Rein Stokla (oud-schaker ‘Martini’)

Nog voor de 2de Wereldoorlog waren er plannen om een sportclub voor dove jongeren in Groningen op te richten.
Maar er gebeurde niets en dan volgde de Duitse bezetting tot ergernis van heel veel mensen.  Dat hield in dat men geen verenigingsrecht meer had en er een verbod op samenscholing werd opgelegd.
Na de bevrijding gaf de heer Arie Glebbeek tijdens een van de bijeenkomsten van de NNDV (Noord-Nederlandse Doven Vereniging) aan dat er iets met sport moet worden gedaan. Hij dacht meer aan het schaken. Zo kwam men in het jaar 1947 samen om een partijtje schaak te doen in een linnenkamer van het instituut. Het bleek dat er een grote belangstelling bestond. Dan ging men over tot oprichting van een schaakclub door Arie Glebbeek, Harm Terpstra en Simon Scholtens; het gebeurde op 15 februari van dat jaar.
In het ANDOR (Algemeen Nederlands Dovenorgaan) van februari/maart 1949 is te lezen, dat Martini eerst 16 leden en 5 donateurs had en men schaakte voorlopig twee maal per maand. Tijdens de jaarvergadering in september 1948 kreeg Martini de statuten en huishoudelijk reglement. Men speelde een vriendschappelijke tienkamp tegen de Friese schakers en deed onderling aan simultaanseances en gongwedstrijden. In de onderlinge competitie speelden de leden in twee groepen A en B.
Eens per jaar speelde men een gongwedstrijd, dus snel schaak. Dat is een vorm van schaken waarbij beide spelers minder dan 15 minuten of minder bedenktijd hebben. Omdat Martini nog geen schaakklokken had, sloeg de heer Vonk op een avond met een hamer voor elke zet. Het ging natuurlijk met enige lawaai gepaard. Niet lang daarna kwam Mevr. Engberts, een der groepleidsters van het meisjeshuis, binnen met een mededeling dat er te veel lawaai is. Dan bedacht Jacob Bijl een geweldig idee: hij gebruikte bij elk bord een fietslampje, dat aan het lange snoer lag. Iemand schakelde het lichtje aan en uit en zo kon men snelschaken. 
Het bestuur van Martini werd snel geformeerd en bestond uit de heer Arie Glebbeek, voorzitter, de heer Lambertus (‘Bertus’) de Windt, secretaris en de heer Harm Terpstra, penningmeester. Er rees een probleem hoe men aan schaak-materialen kon komen. Gelukkig bood een Friese dovenschaakclub “Het Noorden” hulp aan door 10 schaakborden en –stukken aan Martini te schenken. Dan volgde er een onderlinge competitie, onder leiding van twee wedstrijdleiders (Harm Terpstra en Simon Scholtens). In het schaakjaar 1947 /1948 werd Rein Stokla kampioen van Martini. Hiervoor kreeg hij uit de handen van de voorzitter Terpstra een mooi schaakboek van de oud-wereldkampioen Max Euwe plus een medaille. Rein Stokla bleef sterk schaken en werd opnieuw kampioen in het jaar 1948 /1949!
Ondertussen werd een jaarlijkse vriendschappelijke wedstrijd tussen Martini en de Friese dovenschaakclub gehouden zowel te Leeuwarden als te Groningen. Qua kracht en slimheid ontliepen ze elkaar niet veel.
Dankzij een aanbod van het Instituut kon Martini een linnenzaal van het meisjeshuis gratis gebruiken en daar schaakte men in heel veel jaren wekelijks met veel genoegen. Volgens Rein Stokla waren bekende leden van Martini: onder andere Harm Terpstra, Bertus de Windt, Jan Luiting, gebroeders Bathoorn, Klaas Wind, Stuive, en anderen. Zelfs Gerrit Westerveld die bij Rein in de kost was, speelde ook mee voor Martini en bleek een belangrijke aanwinst te betekenen.

Martini deed ook mee aan de reguliere competitie, georganiseerd door de NOSBO, Noordelijke Schaakbond, in de 2de of 3de klasse. Alsof het nog niet genoeg was, deed Martini ook nog mee aan de bedrijfsschaakcompetitie in de Stad Groningen. Men speelde tegen de schakers van Wolters Noordhoff, Tabaksfabriek Niemeyer, Laagspanningsnet (nu Essent), het Provinciehuis en ook van de sterke studentenschaakclub SISSA. Helaas behoorde Martini tot een van de zwakkere clubs. Er waren geen communicatieve problemen, want men kwam trouwens alleen voor het schaken.

160 jarig bestaan KID, schaaktournooi Martini

Tijdens de festiviteiten in verband met het 160-jarig bestaan van het Koninklijk Instituut voor Doven speelde Martini in het CJMV-gebouw aan de Spilsluizen een bijzondere wedstrijd tegen TOG, een dovenschaakclub uit Amsterdam, die ook een vrouwelijke schaker meenam.
Martini had een ledenaantal (soms veel of weinig) en enkele jaren later nodigde het bestuur van Martini met toestemming van de directeur van het Koninklijk Instituut voor Doven een klein aantal oudste leerlingen uit ook mee te gaan doen aan de onderlinge competitie. (Ook ik mocht ook meedoen en het was echt een leuke tijd geweest om zo tussen volwassen dove mensen te zitten schaken en ook te kletsen. Ik vond Harm Terpstra een erg sterke schaker. Nooit kon ik van hem winnen. Simon Scholtens vond ik ook een goede schaker. Later ‘hoorde’ ik dat Scholtens ook een topdammer van de horende damclub).
In 1954 sloot Martini zich voor het eerst aan bij de KNDSB (Koninklijke Nederlandse Sport Bond), waardoor zij gerechtigd was om deel te nemen aan de teamwedstrijden om het kampioenschap van Nederland en dat de leden recht op hadden om mee te doen aan het individuele kampioenschap van Nederland, dit was volgens een bericht in ANDOR van september 1954.
Een verslag van Harm Terpstra als secretaris nam ik als voorbeeld over uit ANDOR van juli/augustus 1955:
“De laatste wedstrijd van de huishoudelijke competitie om het kampioenschap van Martini tussen Harm Terpstra en Leo van der Wal is remise gespeeld, zodat de eerstgenoemde kampioen in groep A geworden is. Nu moet Simon Scholtens, ex-kampioen, hem de wisselprijs ter hand stellen. In groep B heeft Jacob Bijl Jan Stuive verslagen, zodat hij automatisch naar groep A promoveert, terwijl Nieuwenhuis geen kampioen meer kan worden. Roelof Bathoorn moet degraderen. Het is jammer dat onze club weinig animo heeft om eens  naar Holland tegen Westelijke schaakclubs te spelen, aangezien onze leden bezwaar hebben tegen het maken van de reiskosten. Doch er zal op een aanstaande bestuursvergadering over worden gesproken. En het is te hopen dat onze club in het najaar tegen de bij de KNDSB aangesloten clubs zal schaken. “
In dit tijdschrift van maart 1956 lees ik dat Harm Terpstra penningmeester geworden is van de KNDSB, een belangrijke functie. Martini was er toen trots op en op voorstel van Martini werd er een reisfonds in het leven geroepen. Dat was echt nodig voor Martini, die als de enige club vaak verre reizen moest doen om wedstrijden te spelen om het teamkampioenschap van Nederland.
In het Novembernummer 1958 is te lezen, dat het met Martini slecht ging; zij telde slechts 8 leden. Daardoor moest Martini zich losmaken uit het NOSBO (Noordelijke Schaakbond).

Later, na 1960,  keerde een bekende Fries, Geert Goïnga, terug uit Rotterdam waar hij werkte, in Groningen. Martini was er blij mee, want Goïnga speelde erg sterk schaak. De sterkste schakers van verschillende dovenschaakclubs in ons land bekampten jaarlijks bij elkaar tussen Hemelvaartsdag en het daaropvolgende weekend in Epe om het kampioenschap van Nederland. Zo werden ook Harm Terpstra en Geert Goïnga gekozen om in het Nederlandse dovenschaakteam mee te spelen tegen buitenlandse teams.
Aan Rein Stokla gevraagd hoe Geert Goïnga en Harm Terpstra zo sterk konden spelen, kreeg ik antwoord: “Ze lazen veel schaakboeken en zo deden zij veel theorie op, samen met Jan Wellner, een slechthorende man, die ook voor kort lid van Martini was”. Rein vertelde verder:
“eens zat ik tegenover Geert Goïnga te schaken en in zijn mond bungelde een sigaret. En het bleef vastgekleefd aan zijn lippen, zodat de as langer en langer werd zonder te vallen, wel 3 à 4 centimeter lang. Geert heeft daardoor een beroemd naamgebaar: een verticaal bewegende vinger aan de mond”. 
Er kwamen later nog enkele jongere leden bij, zoals Piet Bouma, Johan van Winsum en Aad Woest. Het duurde tot 1972, voor Martini haar 25-jarig feest kon vieren met een nationaal schaaktoernooi in de gymnastiekzaal van het Instituut. Daarna is het voorgoed afgelopen, want Martini is helaas opgeheven, doordat slechts vijf leden voor Martini beschikbaar waren. 

Na het interview kreeg ontving de werkgroep Historie Doven Groningen van Rein Stokla de door hem lang bewaarde voorzittershamer. 

Henk Betten